Friday, 8 October 2010

Herfstconcert met roodborstjes

Vorige week zag ik het roodborstje voor het eerst. Vandaag was het de hele dag een gekwetter van jewelste, hij had het bijzonder druk met zijn territorium. In de tuinen van de buren zit zijn familie, of zijn concurrenten - het is maar hoe je het bekijkt. Het 'concert' met z'n allen heeft de hele dag geduurd.


In de leilinde, een beetje wazig helaas.


In de gouden regen, als je goed kijkt zie je hem rechtsonder op de tweede dikke tak. Even dubbel klikken op de foto (het blog vliegt daarna wel van je scherm, dus nog even terug komen) dan kun je hem en de sfeer beter zien.

Het roodborstje is het symbool van de hoop, de duif van de vrede.

Het was de bedoeling dat ik nog één keer het gras zou maaien, maar al gauw raakte ik met deze kraaloog verstrikt in een spelletje om hem op de foto te zetten. Sluipen achter de boom, voor de boom, wachten op een kruk onder de boom. Dit fotomodel kijkt je met zijn ronde zwarte ogen observerend aan, maar vliegt weg zodra je je beweegt. Heggen en bomen genoeg om zich in te verstoppen. Met heel veel geduld en goed luisteren waar hij nu precies zat lukte het om hem te pakken te krijgen voor een paar niet optimale foto’s.


Nog maar één trompetbloem aan de Campsis Radicans. Een uitbundige bloeier langs het houthok, de kleuren van de bloemen en het blad - vooral ook in de herfst - vind ik prachtig. De takken hangen breed uit over het pad.


Meneer Roodborst vindt het heerlijk om hier tussen te scharrelen.


De bramenstruik is door vogels aan komen waaien in de tuin, het blad is bijzonder en afwijkend van de andere bramenstruiken elders in de tuin. Ik moet me nog verdiepen in de naam, of het een wilde of een gecultiveerde braam is, of een gedegenereerde gecultiveerde braam, alles kan.


De Thuja vindt Meneer Roodborst ook heerlijk om zich in te verstoppen.

Mevrouw Roodborst zingt net zo mooi als Meneer Roodborst!

Met een niet aflatend roodborst- en vogelconcert heb ik het gras laat in de middag gemaaid met een ronkende machine. Bergen met blad geharkt, hanekam met wortel en al uit de grond getrokken, rozen gesnoeid, nieuwe beplantingsplannen gemaakt - er is zoveel te doen in de tuin in oktober. De wind werd pittig, een voorbode van de kou die er aan komt. Als je lekker bezig bent in de tuin is het jammer dat je moet stoppen en wachten tot de volgende dag. Ook morgen zijn er weer bergen met blad weg te harken, de GFT containers zitten vol en de composthopen groeien.



It was my plan to mow the lawn once more (and finally) before the winter, but I got totally distracted by the robin singing his concert all day long. He appeared first last week and was now busy telling his family and friends in the gardens of the neighbours that this garden and all these trees are his. Although he looks straight at you with his big black beaded eyes he is not easy to catch with your camera. He loves bobbing around the flower pots, he looks for insects in between the leaves and sang his song until it was dark.
Now, I am talking about Mr Robin all the time, but I read that Mrs Robin sings just as nice!
A wild bramble has appeared in the garden, most certainly the work of birds.
The Campsis Radicans, covering the woodshed abundantly, was showing but one flower anymore.
The wind was sharp in the late afternoon, signs of cold times coming up soon, but so pleasant still to do all kinds of gardening like weeding, planning new plant schemes, cutting back roses, trimming hedges. Well, and just before dark I managed to do the lawn. Tomorrow another day of raking leaves and leaves and leaves, and maybe the robin bobbing about again?

Saturday, 2 October 2010

'Van een pompoen en eik'

Jacob Cats, 1577-1660

Een boer, in zeker tuin gegaan,
Vond daar een deel pompoenen staan;



Hij zag, hoe dat het hol gewas
Gans dik en opgezwollen was,
En dat het loof, en ieder tak,
Was teer en voos en bijster zwak;



Hij zag tot zijner rechterhand,
Daar stond een eikeboom geplant,
Die geen zo zware vruchten droeg,
Maar klein gewas dat niet en woeg.



Hier vaart de man geweldig uit:
Ziet daar een ding dat niet en sluit!
Een vast, een dik, een machtig hout,
Wel ’t hardste van het ganse woud,
Dat stijgt tot boven in de lucht,
Draagt maar alleen een kleine vrucht;



En ziet een kruid van geender macht,
Dat brengt ons voort zo zwaren dracht!
Terwijl hij dit in gramschap zeit,
En met den hemel staat en pleit,
Een eikel, boven uit den top
Die valt den kinkel op den kop,
En maakt een put in zijnen hoed;
Des zo verschiet zijn innig bloed,
En hij zeid’: God, vergeef ‘et mij!
Ik spreke los en al te vrij,
Ik spreke tegen Uw beleid,
En dat ik zeg heeft geen bescheid;
Want had 'et naar mijn zin gegaan,
Het ware nu met mij gedaan;
Eilaas! Mijn onbesuisde hoofd,
Dat ware van zijn brein beroofd;
Ik lage met de neus in ’t zand,
Alleen door enkel onverstand.
De mens is dikmaal zo gesteld,
Zowel in stad als op het veld,
Dat hij verscheide dingen ziet,
En ’t merendeel en prijst hij niet;
Het schijnt, indien hij scheppen mocht
De hemel met de ganse locht,
En ’t aardrijk en het jeugdig groen,
Hij zoude ’t vrij al beter doen.
Gij, stof en as! Gij, aarden pot!
Gij, oordeel vellen over God!
Die nooit ter deeg heeft ondertast,
Een haar dat aan uw leden wast.
Gij, zeg ik, die nooit kleine mier,
Nooit hebt doorgrond het minste dier,
Zoudt gij berispen Godes werk?
Het minste ding is u te sterk.
Ei lieve, ’t is een kwade slag,
Die nooit een mense plegen mag.



Jacob Cats, 1577-1660, was a lawyer, a politician and national poet. He was born in Brouwershaven, in the South of The Netherlands. He studied law at Leiden Univerisity and defended his thesis in Orléans, France. His poems were didactic and moralistic, and there is not one Dutch man who cannot recite one of his famous statements.
He was an important and influential man.
The Dutch prime minister resides at the Cats House, The Hague, where 'Vader Cats' died.
It is very unlikely that Google will translate this poem in old Dutch well. It is about how man often walks about not being aware of the wonderful things he sees. In this case a farmer notices the difference between the impressive oak producing but small acorns, whereas at another place he sees huge pumpkins growing from frail and delicate plants. An acorn drops on his hat and he queries the differences in nature, in the end stating that if you have not studied the ant or even the smallest animal one should never criticize God's creations.